Egbertusschool
samen leven en leren in veilige omgeving
Respect
Plezier
Veiligheid
Samen
 Leerstofaanbod groep 4

Hieronder ziet u per vakgebied de globale leerstof voor groep 4. Ook vindt u informatie wat u thuis kunt oefenen met uw kind. 

Rekenen
Rekenen t/m 100
  • Optellen zonder en met tienvoudoverschrijding (bijv. 32+7; 48+7)
  • Verwisselen bij sommen als 9+26 en 6+33
  • Aftrekken zonder en met tienvoudoverschrijding op de lege getallenlijn (bijv. 43-7; 69-3)
  • Optellen op de lege getallenlijn met rijgen, waarbij de tweede term niet groter is dan 29, bijv. 56+17; 32+29 (waarbij eerst de tienvouden bijgeteld worden en dan de eenheden)
Vermenigvuldigen
  • Constructie van de tafels van 2, 3 en 4 met de strategieën halveren, verdubbelen, één keer meer en één keer minder
  • Constructie van de tafel van 8 met de strategieën halveren, verdubbelen, één keer meer en één keer minder
Meten
  •  Meten van de inhoud van dozen en flessen met blokken, pakken, mokken
Tijd
  • Klokkijken op de analoge klok in uren, halve uren, kwartieren en minuten
  • Jaarkalender
Geld
  • Uitbreiden van geld met briefjes van 5, 10, 20 en 50 euro en hun onderlinge relaties
  • Gepast betalen met briefjes en muntjes

Tip: 
Op rekenweb en online klas kun je allerlei manieren vinden om sommen te oefenen.

Taal
Bij taal zijn de leerdoelen opgesplitst in verschillende domeinen, te weten spreken en luisteren, taalbeschouwing, stellen en woordenschat. De thema's waarover we werken zijn tijd, kopen en betalen, natuur

Spreken en luisteren
  • onderscheiden van verschillen in het beleven en uitdrukken van tijd;
  • ervaren en gebruiken van daarbij behorende tijdsaanduidingen;
  • telefonische informatie vragen en geven aan een onbekende;
  • rollenspel spelen;
  • woorden uitleggen;
  • dieren categoriseren;
  • ervaren dat wilde dieren niet per definitie gevaarlijk zijn.
Taalbeschouwing
  • kennismaken met tijdwoorden en het gebruik ervan;
  • zinnen in chronologische volgorde zetten;
  • herhalen van het begrip naamwoord en zin;
  • oefenen met vertelzinnen en vraagzinnen;
  • met specifieke dierengeluiden werken en de namen ervan leren;
  • vertelzinnen en vraagzinnen uitbreiden met naamwoorden.
Stellen
  • een chronologische indeling van een gebeurtenis maken;
  • een chronologisch juist verhaal maken;
  • informatie overdragen in een briefje;
  • een bedankbriefje schrijven;
  • een dag chronologisch leren indelen;
  • een korte beschrijving van een dag maken.
Woordenschat
  • woorden met betrekking op tijd;
  • woorden met betrekking op speelgoed en winkels;
  • woorden met betrekking op wilde of tamme dieren.

Tip:
Bekijk de doelen en breng het spelenderwijs aan de orde, wanneer een situatie zich voordoet. 

Spelling
Bij spelling leren we de volgende categorien aan:
  • slang, woorden met ng, woorden met nk. Ng en nk zijn vaste klankgroepen. Tussen de n en de k komt nooit een g.
  • slurf, woorden met een tussen-u. Tussen sommige medeklinkers hoor je een u. Die moet je niet schrijven.
  • specht, woorden op -acht, -echt, -icht, -ocht, -ucht. Woorden die eindigen op -acht, -echt, -icht, -ocht, -ucht schrijf je altijd met -cht.
  • meeuw, woorden met -eeuw, ieeuw, -uw. Als de w de laatste letter van een klankgroep is, komt er latijd een u voor.
  • haai, woorden met -aai, -ooi en -oei. Aai, ooi en oei zijn vaste klankgroepen. Je schrijft ze altijd zo.
Tip:
Wanneer je extra wilt oefenen, is BLOON een goede manier om te oefenen. Neem contact op met de juf, zodat zij een account voor je kan maken. 

Technisch Lezen
Bij technisch lezen werken we aan de volgende doelen:
  • eenlettergrepige woorden met th- en wr-.
  • tweelettergrepige woorden met -aai, -ooi, -oei.
  • tweelettergrepige woorden eindigend op -end.
  • tweelettergrepige woorden eindigend op -ig, -lijk en -ing.
  • tweelettergrepige woorden met stomme -e- in eerste lettergreep, maar niet met be-, ge- en -ver
  • tweelettergrepige woorden met -i- (uitspraak ie)
  • drielettergrepige woorden zonder leesmoeilijkheden.
  • drielettergrepige woorden eindigend op -eren, -elen, -enen
  • drielettergrepige woorden eindigend op -ig, -lijk, -ing.
  • woorden eindigend op -etje.
Tip:
Het is goed thuis te oefenen met lezen. Thuis is het vooral belangrijk dat het boek aansluit bij de belevingswereld van het kind. 
Vertel maar
Op maandag 19 november vergadert de leerlingenraad.
Van 12 november 2018 t/m 19 april 2019 ontvangt de school...
In week 45 t/m 47 vindt het eerste schoolbrede project...