Egbertusschool
samen leven en leren in veilige omgeving
Respect
Plezier
Veiligheid
Samen
 Leerstofaanbod groep 4

Hieronder ziet u per vakgebied de globale leerstof voor groep 4. Ook vindt u informatie wat u thuis kunt oefenen met uw kind. 

Rekenen
Rekenen t/m 100
  • Aftrekken op de lege getallenlijn met rijgen, waarbij de tweede term niet groter is dan 29, bijv. 45-27 (waarbij eerst de tienvouden afgetrokken worden en dan de eenheden)
  • Optellen en aftrekken op de lege getallenlijn in twee of drie sprongen (waarbij eerst de tienvouden bijgeteld worden en dan de eenheden), bijv. 38+25: 38 -> 58 -> 60 -> 63 of 38 -> 58 -> 63; ook sommen als 32+25.
  • Optellen met opgaven als 50+24 in één sprong
  • Optellen en aftrekken op de lege getallenlijn in twee of drie sprongen (waarbij eerst de tienvouden bijgeteld worden en dan de eenheden), bijv. 38+25: 38 -> 58 -> 60 -> 63 of 38 -> 58 -> 63; ook sommen als 32+25.
Vermenigvuldigen
  • Commutatieve eigenschap bij vermenigvuldigen
  • Ankerpunten bij de tafels van 2, 3, 4 en 5 (ankerpunten zijn 2x, 5x en 10x)
  • Oefenen van de tafels van 2, 3, 4, 5 en 10 vanuit ankerpunten m.b.v. de geleerde strategieën
  • Constructie van de tafel van 6 met de strategieën halveren, verdubbelen, één keer meer en één keer minder
  • Constructie van de tafel van 9
  • Oefenen van de tafels van 4, 6, 8 en 9 vanuit ankerpunten m.b.v. de geleerde strategieën (ankerpunten zijn 2x, 5x en 10x)
  • Memoriseren van de tafels van 2, 3 en 4
  • Constructie van de tafel van 7 met de strategieën halveren, verdubbelen, één keer meer en één keer minder
  • Oefenen van alle tafels (behalve de tafel van 7) vanuit ankerpunten m.b.v. de geleerde strategieën en zo komen tot memoriseren
  • Memoriseren van alle tafelproducten, o.a. d.m.v. oefenspellen
Meten
  • Wegen met handen, balans, brievenweger (in grammen), personenweegschaal (in kilogrammen)
  • Vergelijken van gewichten
Meetkunde
  • Verschillende soorten mutsen maken en de effecten voorspellen van het vergroten en verkleinen van de cirkelsector
Tijd
  • Tijdsduur bepalen tussen twee tijdstippen met hele uren, halve uren en kwartieren
  • Klokkijken met minuten
  • Tijdsduur bepalen tussen twee tijdstippen met minuten
Geld
  • Afronden bij bijdragen als EUR 3,98
Tip: 
Op rekenweb en online klas kun je allerlei manieren vinden om sommen te oefenen.

Taal
Bij taal zijn de leerdoelen opgesplitst in verschillende domeinen, te weten spreken en luisteren, taalbeschouwing, stellen en woordenschat. De thema's waarover we werken zijn openbare leven, goed en kwaad en communicatie.

Spreken en luisteren
  • vaktermen leren bij het vak timmerman;
  • uitdrukkingen bespreken en toepassen;
  • naar een gedicht luisteren en praten over de inhoud ervan;
  • het leren hanteren van beleefdheidsvormen en het leren gebruiken hiervan;
  • het formuleren van vraagzinnen.
Taalbeschouwing
  • naamwoorden uitbreiden tot naamwoordgroepen;
  • inzicht krijgen in de functie van woorden waarmee de naamwoorden uitgebreid worden;
  • ervaren dat intonatie een adere betekenis aan woorden kan geven;
  • met intonatie en leestekens oefenen;
  • kennismaken met zinnen in de gebiedende wijs;
  • teksten voor tekstballen en denkwolkjes bedenken;
  • de functies van leestekens en lettertypes ervaren;
  • taalgebruik aanpassen aan situaties.
Stellen
  • materiaal verzamelen om te schrijven;
  • de verzameling bewerken; 
  • op basis van de bewerking een verhaaltje schrijven;
  • kennismaken met de W's: wie, wat en waarom;
  • een tekst schrijven voor een bepaalde lezer met een bepaald doel;
  • herhaling van het toepassen van chronologie;
  • chronologie toepassen in stripverhaaltjes met onderschriften;
  • stripverhaaltjes met tekstballonnen bedenken en tekenen;
Woordenschat
  • woorden die passen bij het vak timmerman en schilder;
  • woorden die passen bij ruzie maken;
  • woorden die zeggen hoe je iemand aanspreekt.
Tip:
Bekijk de doelen en breng het spelenderwijs aan de orde, wanneer een situatie zich voordoet. 

Spelling
Bij spelling leren we de volgende categorien aan:
  • zwarte mieren, woorden mt een stomme e achteraan (-e, -en). In veel woorden hoor je een u achteraan, maar je schrijft een e.
  • poedel, woorden met een stomme e achteraan (-el, -er, -em, -es). In veel woorden hoor je een u achteraan, maar je schrijft een e.
  • eend, woorden op een -d of -t. Als je aan het eind van een woord een t hoort, moet je het woord langer maken. Dan kun je horen of je een d of een t moet schrijven.
Tip:
Wanneer je extra wilt oefenen, is BLOON een goede manier om te oefenen. Neem contact op met de juf, zodat zij een account voor je kan maken. 

Technisch Lezen
Bij technisch lezen werken we aan de volgende doelen:
  • eenlettergrepige woorden met th- en wr-.
  • tweelettergrepige woorden met -aai, -ooi, -oei.
  • tweelettergrepige woorden eindigend op -end.
  • tweelettergrepige woorden eindigend op -ig, -lijk en -ing.
  • tweelettergrepige woorden met stomme -e- in eerste lettergreep, maar niet met be-, ge- en -ver
  • tweelettergrepige woorden met -i- (uitspraak ie)
  • drielettergrepige woorden zonder leesmoeilijkheden.
  • drielettergrepige woorden eindigend op -eren, -elen, -enen
  • drielettergrepige woorden eindigend op -ig, -lijk, -ing.
  • woorden eindigend op -etje.
Tip:
Het is goed thuis te oefenen met lezen. Thuis is het vooral belangrijk dat het boek aansluit bij de belevingswereld van het kind. 
Vertel maar
27april2018
Op 27 april vieren we Koningsdag. De kinderen zijn vrij!...
27april2018
De Tulpvakantie is van 27 april t/m 13 mei. De kinderen...
Op 20 april vieren de meesters en de juffen hun verjaardag....