Egbertusschool
samen leven en leren in veilige omgeving
Respect
Plezier
Veiligheid
Samen
 Leerstofaanbod groep 1/2B

Rekenen
Tellen en Getalbegrip
Omgaan met de telrij
  • Kunnen opzeggen van de telrij tot 20/ kunnen terugtellen vanaf 10
  • Verder en terug kunnen tellen vanaf een willekeurig getal
  • Verkort kunnen tellen met sprongen van 2
Omgaan met hoeveelheden
  • Resultatief kunnen tellen tot 20
  • Kunnen vergelijken van hoeveelheden tot 10 - 20: meer/minder/evenveel/meeste/veel/weinig/ samen en toepassen van de begrippen
  • Hoeveelheden t/m 10 op verschillende manieren kunnen herkennen en representeren
  • Kunnen redeneren bij hoeveelheden en met behulp hiervan erbij- en eraf vragen in betekenisvolle situaties beantwoorden en representeren
  • Hoeveelheden t/m 10 kunnen splitsen in betekenisvolle situaties
  • Herkennen van kleine hoeveelheden in één oogopslag
  • Verkort kunnen tellen van hoeveelheden t/m 12 door gebruik te maken van patronen en structuren (bijvoorbeeld dobbelsteen).
  • Kunnen vergelijken van hoeveelheden tot 10 - 20: meer/minder/evenveel/meeste/veel/weinig/ samen en toepassen van de begrippen
  • Hoeveelheden t/m 10 op verschillende manieren kunnen herkennen en representeren
  • Kunnen redeneren bij hoeveelheden en met behulp hiervan erbij- en eraf vragen in betekenisvolle situaties beantwoorden en representeren
  • Hoeveelheden t/m 10 kunnen splitsen in betekenisvolle situaties
  • Herkennen van kleine hoeveelheden in één oogopslag
  • Verkort kunnen tellen van hoeveelheden t/m 12 door gebruik te maken van patronen en structuren (bijvoorbeeld dobbelsteen).
Omgaan met getallen
  • Kunnen herkennen en (schrijven) van de cijfersymbolen t/m 10
  • De volgorde van de cijfersymbolen t/m 10 kunnen herkennen
  • Hoeveelheden t/m 10 kunnen representeren met een cijfersymbool en omgekeerd
  • Buurgetallen tot 20 kunnen benoemen
  • Omgaan met getallen
  • Kunnen herkennen en (schrijven) van de cijfersymbolen t/m 10
  • De volgorde van de cijfersymbolen t/m 10 kunnen herkennen
  • Hoeveelheden t/m 10 kunnen representeren met een cijfersymbool en omgekeerd
  • Buurgetallen tot 20 kunnen benoemen
Meten
  • Kunnen toepassen van de begrippen in betekenisvolle situaties van lengte, omtrek, oppervlakte, inhoud, gewicht en tijd
  • Kunnen vergelijken en ordenen van lengte, omtrek en oppervlakte 
  • Kunnen meten van lengte, omtrek en oppervlakte via afpassen met betekenisvolle maten
 Tijd 
  • Dagindeling kunnen herkennen als een cyclisch tijdsproces
  • Dagen van de week kunnen benoemen in de goede volgorde
  • Seizoenen herkennen en benoemen
  • Gebeurtenissen in volgorde kunnen leggen en uitleggen
  • Oriënteren en lokaliseren
Meetkunde
  • Toepassen van meetkundige begrippen zoals links, rechts, voor, achter, naast, boven, dichtbij, veraf etc.
  • De plaats van voorwerpen t.o.v. elkaar kunnen beschrijven m.b.v. meetkundige begrippen  
  • Kunnen nabouwen van bouwsels 
Taal

Klankkast
 
Bij de kleuters werken we met de Klankkast aan de fonologische ontwikkeling. De fonologische ontwikkeling kent vijftien fasen, deze fasen staan centraal in één van de laatjes van de klankkast.  Elk fase/ laatje heeft een eigen activiteit of spelletje,  die met behulp van “Lettertje de Lettervlieg” geoefend worden.
 
Fasen / Laatjes van klankkast:

1. Opdelen van zinnen in woorden
Doel: Kinderen kunnen de losse woorden in een zin onderscheiden, ook als dat woorden zijn die uit meerdere klankgroepen bestaan.

2. Opdelen van samengestelde woorden in afzonderlijke componenten
Doel: kinderen kunnen losse woorden herkennen in een samengesteld woord.
*Klok + huis= klokhuis

3. Opdelen van woorden in klankgroepen
Doel: kinderen kunnen woorden in klankgroepen delen.
*vogelhuis = vo- gel-huis

4. Verbinden van klankgroepen tot woorden.
Doel: kinderen kunnen losse klankgroepen die worden aangeboden weer aan elkaar verbinden.
*vo – gel-huis = vogelhuis

5. Opzeggen van rijmpjes met iemand anders
6. Opzeggen van rijmpjes
Doel: kinderen kunnen het versje opzeggen, samen met iemand anders of alleen. Kinderen ontdekken dat het rijmt en wat er rijmt.

7. Herkennen van eindrijm
Doel: Kinderen ontdekken, zien en horen wat hetzelfde is als je rijmt.

8. Toepassen van eindrijm, ontdekken van rijm en produceren van rijm
Doel: kinderen kunnen zelf rijmen

9.Herkennen van beginrijm in langgerekte woorden
10. Herkennen van beginrijm in gewoon uitgesproken woorden
Doel: Kinderen horen welke klank/ letter vooraan in een woord staat.
*sssssooooommm en Liesje leerde lotje lopen langs de lange Lindenlaan

11.Toepassen van beginrijm
Doel: Kinderen kunnen zelf woorden bedenken die met dezelfde klanken beginnen.
Wouter Worst woont in een wagen

12. Klinker in woord isoleren
Doel:Kinderen herkennen de middelste klank of klinker in een woord
*vis – vos - vaas

13. Auditieve analyse op klankniveau
Doel: Kinderen kunnen woorden in losse klanken opdelen.
*man = m-a-n

14. Auditieve synthese op klankniveau
Doel: Kinderen kunnen losse klanken samenvoegen tot 1 woord.
*b – oe – k = boek

15. Letters kunnen benoemen – minimaal 15
Vertel maar
Wanneer U er bezwaar tegen hebt, dat er (een) foto(‘s) met...