Egbertusschool
samen leven en leren in veilige omgeving
Respect
Plezier
Veiligheid
Samen
 Leerstofaanbod groep 3

Hieronder ziet u per vakgebied de globale leerstof voor groep 3. Ook vindt u informatie wat u thuis kunt oefenen met uw kind.

Rekenen
Getalbegrip
  • verder- en terugtellen t/m 100, grote en kleine telrij
  • aanvullen t/m 10 en 20
  • verder- en terugtellen t/m 100, in sprongen van 1, 2, 5, en 10
  • betekenissen van getallen
  • getallen t/m 100 plaatsen op de kaartjesgetallenlijn
  • getallenrij t/m 100 (met nadruk op ligging van getallen tussen tienvouden)
  • opzetten en aflezen van getallen t/m 100 op de kralenketting (hoeveel kralen voor de knijper?)
Rekenen t/m 10
  • optellen en aftrekken t/m 10: van pijlentaal naar formele notatie
  • inprenten van getalbeelden t/m 10 op het rekenrek
  • optellen m.b.v. getalbeelden op het rekenrek
  • herkennen van somtypen (vijf-sommen, +1- en +2-sommen, 10-vriendjes, dubbelen)
  • verwisselen
  • herkennen en memoriseren van (bijna-)verdwijnsommen
  • herkennen en memoriseren van -1- en -2-sommen
  • herkennen en memoriseren van de vijf-sommen
  • herkennen en memoriseren van de tien-vriendjes
  • moeilijke sommen uitrekenen m.b.v. het rekenrek
  • memoriseren van optellen en aftrekken t/m 10
Rekenen t/m 20
  • optellen en aftrekken tussen 10 en 20 naar analogie van het rekenen t/m 10 (15+4 naar analogie van 5+4)
Tijd
  • hele en halve uren en kwartieren
  • begrippen vroeger/later (1 of 2 of half uur)
  • reflectie op tijdsduur en ordening van gebeurtenissen in 1 uur
Geld
  • benoemen van alle munten t/m rip50 cent en de onderlinge relaties
  • betalen met die munten
Meetkunde
  • vergelijken van gewichten door op de hand of op de balans te wegen
  • meten van inhoud met niet-standaardmaten
Tip: 
Op www.rekenweb.nl en www.onlineklas.nl kun je allerlei manieren vinden om sommen te oefenen. Ook kun je thuis oefenen met het klokkijken.

Technisch lezen

Bij veilig leren lezen wordt er gewerkt met kernen. Elke kern heeft doelen voor lezen, begrijpend lezen, spelling en taal. De thema's waarover we werken zijn schatgravers, op het podium, hé, hoe kan dat? en verzamelen. De doelen staan hieronder per categorie beschreven.

Lezen
  • eenvoudige, klankzuivere eenlettergrepige woorden correct en vlot lezen
  • eenlettergrepige woorden die beginnen met 'sch' correct en vlot lezen
  • eenlettergrepige woorden die eindigen op 'ng', 'b' of 'd', 'nk', 'ch', 'aai', 'ooi' en 'oei' correct en vlot lezen
  • eenlettergrepige woorden met twee en drie medeklinkers vooraan of achteraan correct en vlot lezen
  • eenvoudige tweelettergrepige samenstellingen correct en vlot lezen
  • hoofdletters correct en vlot verklanken
  • eenlettergrepige woorden die eindigen met een open lettergreep correct en vlot lezen
  • mmkmm-woorden correct en vlot lezen
  • tweelettegrepige verkleinwoorden correct en vlot lezen
  • tweelettergrepige woorden, met uitzondering van tweelettergrepige woorden met een open lettergreep, correct en vlot lezen
  • tweelettergrepige woorden met een voorvoegsel correct en vlot lezen
  • eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘uw(t)’, op ‘eeuw’ of op ‘ieuw’ correct en vlot lezen
  • algemene tweelettergrepige woorden correct en vlot lezen
  • tweelettergrepige woorden waarvan de eerste lettergreep een open lettergreep is correct en vlot lezen
Begrijpend lezen
  • korte, envoudige zinnen en teksten lezen en begrijpen
  • teksten met verwijswoorden lezen en begrijpen
  • conclusies trekken vanuit de context en voorspellingen doen over het verdere verhaalverloop
  • letterlijke vragen over een tekst beantwoorden
  • denkvragen over een tekst beantwoorden
  • conclusies trekken uit de context van een gelezen tekst
  • relevante informatie uit een informatieve tekst halen
  • handelingsvoorschrift lezen en uitvoeren
Spelling
  • fonemen onderscheiden als kleinste klankeenheden
  • de juiste letter bij een gegeven klank plaatsen
  • eenvoudige, klankzuivere woorden leggen en schrijven
  • eenvoudige, klankzuivere mmkm-woorden, mkmm-woorden en mmkmm-woorden correct schrijven
  • kennis maken met de spelling van niet-klankzuivere woorden
  • woorden die beginnen met ‘sch’ correct opschrijven
Taal
  • kennismaken met avonturenverhalen
  • de structuur in een verhaal of boek herkennen op basis van de verhaalstructuur 'situatieschets-gebeurtenis-slot'
  • een zelf meegemaakte situatie beschrijven met een plot
  • het herkennen van de zinsbouw in zinnen die aansluiten bij het ankerverhaal
  • de woordenschat uitbreiden met woorden die voorkomen in het ankerverhaal en met bepaalde themawoorden (bijv. het zeil, de mast, het ruim, de stuurman, droevig, aan boord, geheimtaal, het theater, het podium, de artiest, de uitvoering, de affiche, het alarm, de schroef, de zaag, de tang, glimmen, repareren, ruilen, verzamelen, de tentoonstelling, de schat, bewonderen, bijzonder)
  • kennismaken met verschillende tekstsoorten, zoals verhalen, gedichten, dialogen, raadsels en moppen, maar ook informatieve teksten
  • een (deel van een) verhalende tekst met een juiste intonatie voorlezen of voordragen
  • door middel van correct taalgebruik een (deel van een) verhaal navertellen of uitspelen
  • samen een functionele tekst voor een uitvoering schrijven, zoals een uitnodiging, een affiche of een programma
  • op een onderhoudende manier over een onderwerp vertellen (verslag doen)
  • met ondersteuning van de leerkracht een korte, informatieve tekst over een voorwerp maken
  • weten dat je voor een bepaald doel een bepaald soort tekst kunt gebruiken
  • onderhoudend vertellen over een gebeurtenis of over een onderwerp en hun eigen ervaringen daarmee
  • samen diverse functionele teksten schrijven ten behoeve van een tentoonstelling in de klas
Tip:
Het is goed om thuis te oefenen met lezen. Boekjes lezen E3 (dit staat voor eind groep 3). Voor extra oefenmateriaal, neem dan contact op met de juf.                      
Vertel maar
Op maandag 19 november vergadert de leerlingenraad.
Van 12 november 2018 t/m 19 april 2019 ontvangt de school...
In week 45 t/m 47 vindt het eerste schoolbrede project...