Egbertusschool
samen leven en leren in veilige omgeving
Respect
Plezier
Veiligheid
Samen
 Leerstofaanbod groep 6

Hieronder ziet u per vakgebied de globale leerstof voor groep 6. Ook vindt u informatie wat u thuis kunt oefenen met uw kind. 

Rekenen
Getalbegrip: getallen t/m 1 000
  • Structuur van de telrij
  • Volgorde
  • Plaatsen op getallenlijn
  • Ligging tussen honderdvouden
  • Aanvullen tot een honderdvoud
  • Splitsen en samenvoegen (structuur van de getallenlijn)
Getalbegrip: getallen t/m 10 000
  • Verkennen van de getallenrij (volgorde)
  • Ligging en schattend plaatsen op de getallenlijn
  • Verschillende betekennissen van (grote) getallen
  • Verder- en terugtellen met accent op overschrijdingen
  • Uitspraak en schrijfwijze
  • Splitsen en samenstellen van getallen in duizendvouden, honderdvouden, tienvouden en eenheden, bijv. 2345: 2000 en 300 en 40 en 5
Hoofdrekenen t/m 1000
  • Optellen en aftrekken met basisstrategie (rijgen en splitsen) en variastrategieën
  • Vermenigvuldigen met basisstrategie (splitsen) en met variastrategieën (met teveel en ombouwen)
  • Vermenigvuldigen met ronde getallen, naar analogie (8x70)
  • Delen met basisstrategie (splitsen) en met variastrategie (met teveel)
  • Delen met ronde getallen, naar analogie (450:9; 450:90)
Hoofdrekenen t/m 10 000
  • optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen met grote ronde getallen naar analogie
Meten
  • Kennis van lengtematen en lengtematen plaatsen in een schema
  • Omtrek meten in m en cm
  • Werken met verhoudingstabel bij samengestelde grootheden
  • vergelijken van oppervlakten
  • bepalen van oppervlakten
Tijd
  • Digitale klok en kalender
Tip: 
Op rekenweb en online klas kun je allerlei manieren vinden om sommen te oefenen.

Taal
Bij taal zijn de leerdoelen opgesplitst in verschillende domeinen, te weten spreken en luisteren, taalbeschouwing, stellen en woordenschat. De thema's waarover we werken zijn wonen, aan tafel en wie ben jij? De doelen staan hieronder per domein beschreven.

Spreken en luisteren
  • elkaar informeren in een klassengesprek;
  • oplossen van een probleem door te brainstormen;
  • luisteren naar een tekst en het onderwerp benoemen;
  • noemen van voorbeelden van dat onderwerp;
  • beschrijven van twee opvallende familieleden in een monoloog.
Taalbeschouwing
  • leren van de begrippen: gidswoord, opzoekwoord, betekeniswoord met het oog op het gebruik van het woordenboek;
  • ervaring opdoen met enkele functies van het woordenboek; 
  • leren dat bij het opzoeken van woorden in het woordenboek in een vaste volgorde kan worden gewerkt;
  • juiste betekenis kiezen van een opzoekwoord met meer betekenissen;
  • opzoeken van verkleinwoorden en het meervoud van opzoekwoorden in een woordenboek.
Stellen
  • schrijven van een kort verhaal met zelfbedachte woorden;
  • beschrijving maken van een ingewikkeld voorwerp;
  • kennen van de verschillende onderdelen van een stripverhaal;
  • stripverhaal maken
Woordenschat
  • woorden rondom het nat en droog schoonmaken;
  • woorden rondom het bewaren en op smaak brengen van voedsel. 
Tip:
Bekijk de doelen en breng het spelenderwijs aan de orde, wanneer een situatie zich voordoet. 

Spelling
Bij spelling leren we de volgende categorien aan:
  • bomen, bij deze woorden hoor je aan het einde van een klankgroep een lange klank, je schrijft een klinker en een medeklinker. 
  • bommen, bij deze woorden hoor je aan het einde van een klankgroep een korte klank, je schrijft  een klinker en twee medeklinkers.
  • knabbelen, woorden die eindigen op -elen, -enen, -eren. Je hoort achteraan twee keer een -u maar je schrijft een -e.
  • honderd, woorden die eindigen op -erd en -aard. Ze krijgen achteraan een -d. 
  • stam; dit is de ik-vorm van een doewoord. 
  • tegenwoordige tijd (waarvan de stam niet op een -d of -t eindigt.) 
Tip:
Wanneer je extra wilt oefenen, is BLOON een goede manier om te oefenen. Neem contact op met de juf, zodat zij een account voor je kan maken. 

Technisch Lezen
Bij technisch lezen werken we aan de volgende doelen:
  • Woorden eindigend op –ele, -iken.
  • Woorden met een lastige klinkterreeks (-ioe-, -uee-, ect.)
  • Woorden met –eu-, -ui-,
  • Woorden met een trema
  • Woorden met een –q-
  • Woorden met –ai-
  • Woorden met –ou-
  • Woorden –oi-, -ance- en –ière.
  • Woorden met –a-, -oa-, -ee- en –ea-
  • Woorden met –sh-, -j- ​
Tip:
Het is goed thuis te oefenen met lezen. Thuis is het vooral belangrijk dat het boek aansluit bij de belevingswereld van het kind. 
Vertel maar
27augustus2018
Op maandag 27 augustus komen de kinderen weer fris en...
14juli2018
Van 14 juli t/m 26 augustus hebben we zomervakantie! De...
Wanneer U er bezwaar tegen hebt, dat er (een) foto(‘s) met...