Egbertusschool
samen leven en leren in veilige omgeving
Respect
Plezier
Veiligheid
Samen
 Leerstofaanbod groep 6

Hieronder ziet u per vakgebied de globale leerstof voor groep 6. Ook vindt u informatie wat u thuis kunt oefenen met uw kind. 

Rekenen
Getalbegrip: getallen t/m 10 000
  • Schattend plaatsen van getallen tot 10 000 op de getallenlijn
  • Verschillende betekenissen van (grote) getallen
Schatten
  • Schatten van uitkomsten van optellingen tot  10 000
Rekenen t/m 1000
  • Kolomsgewijs optellen
  • Sommen herkennen waarbij je kunt hoofdrekenen; kiezen tussen kolomsgewijs rekenen en hoofdrekenen
  • Cijferend optellen met maximaal 1x inwisselen
  • Cijferend optellen met meerdere keren inwisselen
Hoofdrekenen t/m 10 000
  • Vermenigvuldigen met basisstrategie (splitsen) en variastrategie (met teveel)
  • Delen met basisstrategie (splitsen) en variastrategie (met teveel)
Breuken
  • Verdelen in halven, kwarten, achtsten, derden en zesden en kleuren van delen
  • Prijs van een gegeven deel bepalen
  • Meten met stroken en breukenstokken en de resultaten noteren in breukentaal
  • Aanvullen tot een hele
  • Vergelijken van breuken
  • Verkenning van gelijkwaardige breuken
Meten
  • Onderlinge relatie ml, cl, dl en l
  • Plaatsen van de maten ml, cl, dl en l in een schema
Meetkunde
  • Op een eenvoudige plattegrond route volgen
  • Lokaliseren van straten en gebouwen m.b.v. coördinaten
  • Afstanden meten m.b.v. een schaallijn
Tijd
  • Gebeurtenissen op een tijdbalk aflezen en zelf tijdbalken maken
  • Lezen en interpreteren van tabellen in een bus-/treinboekje
  • Lezen van een beeldgrafiek
Tip: 
Op rekenweb en online klas kun je allerlei manieren vinden om sommen te oefenen.

Taal
Bij taal zijn de leerdoelen opgesplitst in verschillende domeinen, te weten spreken en luisteren, taalbeschouwing, stellen en woordenschat. De thema's waarover we werken zijn wonen, aan tafel en wie ben jij? De doelen staan hieronder per domein beschreven.

Spreken en luisteren
  • benoemen van standpunten en argumenten aan de hand van een beluisterd interview;
  • naar aanleiding van een ingenomen standpunt een korte monoloog voorbereiden;
  • een monoloog houden;
  • in een monoloog een persoonlijke keuze motiveren;
  • discussieren naar aanleiding van een stelling, volgens de afgesproken regels;
  • observeren van deelnemers aan een discussie.
Taalbeschouwing
  • leren van de term werkwoord en kennismaken met de verschillende vormen waarin het werkwoord voor kan komen;
  • leren van de vraagproef om de persoonsvorm te kunnen bepalen in een zin; 
  • leren van de termen tegenwoordige tijd en verleden tijd;
  • vaststellen of een zin in de tegenwoordige tijd of in de verleden tijd staat met de toenproef;
  • leren dat de persoonsvorm verandert als je de zin van tijd verandert;
  • ontdekken dat de concext bepalend is voor de betekenis van woorden en zinnen;
  • de persoonsvorm vinden in zinnen met een vraagwoord (tijdproef);
  • bepalen van het onderwerp in een zin met de onderwerpproef;
  • toepassen van de getalsproef voor het vinden van de persoonsvorm.
​​Stellen
  • bedenken van ongebruikelijke verrassende dubbelwoorden;
  • recept schrijven;
  • open vragen voor een interview maken;
  • informatie ordenen naar aanleiding van een voorgelezen interview;
  • een persoonsbeschrijving maken op basis van de verzamelde informatie uit een illustratie. 
Woordenschat
  • woorden rondom ziek zijn;
  • woorden rondom schoolvakken;
  • woorden rondom je uiterlijk verzorging;
  • woorden rondom hobby's.
Tip:
Bekijk de doelen en breng het spelenderwijs aan de orde, wanneer een situatie zich voordoet. 

Spelling
Bij spelling leren we de volgende categorien aan:
  • papegaai; je hoort een korte klank en schrijft dan toch maar één medeklinker
  • citroen; je hoort een -s maar schrijft een c;
  • clown; je hoort een -k, maar schrijft een c;
  • tegenwoordige tijd (waarvan de stam niet op een -d of -t eindigt.) 
  • tegenwoordige tijd, waarvan de stam op een -t eindigt.
  • tegenwoordige tijd, waarvan de stam op een -d eindigt.
Tip:
Wanneer je extra wilt oefenen, is BLOON een goede manier om te oefenen. Neem contact op met de juf, zodat zij een account voor je kan maken. 

Technisch Lezen
Bij technisch lezen werken we aan de volgende doelen:
  • Woorden eindigend op –ele, -iken.
  • Woorden met een lastige klinkterreeks (-ioe-, -uee-, ect.)
  • Woorden met –eu-, -ui-,
  • Woorden met een trema
  • Woorden met een –q-
  • Woorden met –ai-
  • Woorden met –ou-
  • Woorden –oi-, -ance- en –ière.
  • Woorden met –a-, -oa-, -ee- en –ea-
  • Woorden met –sh-, -j- ​
Tip:
Het is goed thuis te oefenen met lezen. Thuis is het vooral belangrijk dat het boek aansluit bij de belevingswereld van het kind. 
Vertel maar
25september2018
Op dinsdag 25 september ontvangen de ouders de 3de...
Wanneer U er bezwaar tegen hebt, dat er (een) foto(‘s) met...