Egbertusschool
samen leven en leren in veilige omgeving
Respect
Plezier
Veiligheid
Samen
 Leerstofaanbod groep 7

Hieronder ziet u per vakgebied de globale leerstof voor groep 7. Ook vindt u informatie wat u thuis kunt oefenen met uw kind. 

Rekenen
Breuken
  • vergelijken van breuken m.b.v. contexten als reep, oppervlakte van een tuin of met maten.
Procenten
  • percentages weergeven op een procentenstrook
  • relatie tussen enkele veelvoorkomende percentages en breuken
  • breuken gebruiken om percentages uit te rekenen
  • procenten in groep- en afnamesituaties
Hoofdrekenen
  • vermenigvuldigen en delen met grote ronde getallen, bijv.30x400
  • optellen en aftrekken met grote getallen

Meten
  • notie van oppervlaktematen
  • het systeem van oppervlaktematen compleet maken
  • onderling herleiden van oppervlaktematen
  • identificeren van welke bouwplaten je kubussen of dobbelstenen kunt maken
  • van veelvoorkomende ruimtelijke figuren bouwplaten maken
  • gewichten en hun onderlinge relaties
  • weergeven van relatie tussen gewicht en bijv.prijs of oppervlakte in een grafiek
Cijferen
  • cijferend vermigvuldigen met onthouden
  • vemenigvuldigen met tienvouden
Rekenmachine
  • werken met de rekenmachine als rekenhulp
  • herhaald optellen en aftrekken met de rekenmachine en de relatie met vermenigvuldigen en delen

  

 Tip: 
Op rekenweb en online klas kun je allerlei manieren vinden om sommen te oefenen.

Taal
Bij taal zijn de leerdoelen opgesplitst in verschillende domeinen, te weten spreken en luisteren, taalbeschouwing, stellen en woordenschat. De thema's waarover we werken zijn wonen, aan tafel en wie ben jij? De doelen staan hieronder per domein beschreven.

Spreken en luisteren
  • De leerlingen luisteren naar teksten waarbij zij bijvoorbeeld de argumenten voor een standpunt moeten achterhalen.
  • de leerlingen houden in tweetallen een werkoverleg over de inhoud van een folder die in de stelles gemaakt wordt.
Taalbeschouwing
  • de leerlingen leren afkortingen in advertenties
  • de leerlingen herhalen het vinden van de persoonsvorm en het onderwerp
  • de leerlingen leren het begrip voltooid deelwoord
  • de leerlingen leren wat het werkwoordelijk gezegde is
Stellen
  • de leerlingen schrijven een leesverslag met feiten en een eigen mening
  • de leerlingen maken een folder over hun wijk of dorp
Woordenschat
  • begrippen rond lichaamstaal zoals onderuit zakken, hoofd afwenden
  • verschillende benamingen voor "lachen" zoals gieren, gniffelen enz.
  • uitdrukkingen met de namen van lichaamsdelen
  • begrippen rondom schoolactiviteiten zoals corrigeren, beoordeling
  • soorten vragen zoals open, gesloten vraag, meerkeuzevraag
Tip:
Bekijk de doelen en breng het spelenderwijs aan de orde, wanneer een situatie zich voordoet. 

Spelling
Bij spelling leren we de volgende categorien aan:
  • politie, als je in een woord tsie of sie hoort, schrijf je tie
  • gladheid, woorden op -heid krijgen achteraan een d. Die hoor je als je het woord langer maakt.
  • majesteit, deze woorden hebben niets met tijd te maken. Daarom schrijf je -teit.
  • telefonisch, sommige woorden schrijf je met -isch. Je schrijft -isch als je er een   -e achter kunt zetten.
  • thermometer, woorden met een th die klinkt als t. In sommige woorden hoor je een t, maar je schrijft th
  • team, leenwoorden uit het Engels moet je uit het hoofd leren.
  • alle werkwoorden in de t.t. en v.t.
Tip:
Wanneer je extra wilt oefenen, is BLOON een goede manier om te oefenen. Neem contact op met de juf, zodat zij een account voor je kan maken. 

Technisch Lezen
Bij technisch lezen werken we aan de volgende doelen:
  • eenlettergrepige woorden met th- en wr-.
  • tweelettergrepige woorden met –aai, -ooi, -oei.
  • tweelettergrepige woorden eindigend op –end.
  • tweelettergrepige woorden eindigend op –ig, -lijk en –ing.
  • tweelettergrepige woorden met stomme –e- in eerste lettergreep, maar niet met be-, ge- en –ver
  • tweelettergrepige woorden met –i- (uitspraak ie)
  • drielettergrepige woorden zonder leesmoeilijkheden.
  • drielettergrepige woorden eindigend op –eren, -elen, -enen
  • drielettergrepige woorden eindigend op –ig, -lijk, -ing.
  • woorden eindigend op –etje. 
Tip:
Het is goed thuis te oefenen met lezen. Thuis is het vooral belangrijk dat het boek aansluit bij de belevingswereld van het kind. 
Vertel maar
Wanneer U er bezwaar tegen hebt, dat er (een) foto(‘s) met...