Egbertusschool
samen leven en leren in veilige omgeving
Respect
Plezier
Veiligheid
Samen
  Leerstofaanbod groep 5
Hieronder ziet u per vakgebied de globale leerstof voor groep 5. Oo
k vindt u informatie wat u thuis kunt oefenen met uw kind.

Rekenen
Rekenen t/m 1000
  • optellen en aftrekken met sommen als 430+190 en 430-190 m.b.v. rijgen
  • optellen en aftrekken met rijgen bij sommen als 748+60 en 403-20 en bij sommen als 748+80 en 443-70
Vermenigvuldigen
  • sommen als 7x58 uitrekenen m.b.v. splitsen
Delen
  • delen in formele notatie met en zonder rest
Meetkunde
  • inhoud van dozen vergelijken
  • inhoud van vazen/emmers vergelijken
  • inhoudsmaten l, dl en cl en hun onderlinge verhouding
  • spiegelen van figuren en letters
  • symmetrieassen van figuren
  •  meten in m en cm (herhaling) en in mm
  • introductie mm
  • betekenis en schrijfwijze van 2 meter en 40 cm (2,40 m)
Op www.rekenweb.nl en www.onlineklas.nl kun je allerlei manieren vinden om sommen te oefenen.

Taal  
Bij taal zijn de leerdoelen opgesplitst in verschillende domeinen, te weten spreken en luisteren,
taalbeschouwing, stellen en woordenschat. De thema's waarover we werken zijn een kwestie van tijd, boodschappen doen, bomen, bloemen en struiken en talent. De doelen staan hieronder per domein beschreven.
Spreken en luisteren
  • een vergelijking maken tussen mens en natuur
  • nadenken en spreken over veranderingen onder invloed van tijd
  • praten over de supermarkt en speciaalzaken
  • kennismaken met slagzinnen
  • luisteren naar een verhaal
  • vragen over het verhaal beantwoorden
  • in eigen woorden een verhaal navertellen
  • ingaan op verschillende soorten talent
  • luisteren naar een gedicht
  • discussiëren over de inhoud en kenmerken van een voorgelezen gedicht
Taalbeschouwing
  • leren van vaktaal van het weerbericht
  • toepassen van de vaktaal van het weerbericht
  • ontdekken dat op gebouwen woorden staan die de functie van het gebouw aanduiden
  • het verschil ontdekken tussen namen van gebouwen en namen voor gebouwen
  • ervaren dat je op straat veel kunt lezen (naamborden)
  • alfabetiseren van woorden
  • omschrijven van woorden
  • bladzijde van een woordenboek maken
  • leren dat er verschillende talen zijn en dat dus niet iedereen dezelfde taal gebruikt
  • ingaan op het onderscheid tussen spreektaal, schrijftaal, standaardtaal en streektaal
Stellen
  • vorm en inhoud van woorden op elkaar afstemmen
  • woorden in een tekening uitbeelden
  • materiaal verzamelen en ordenen
  • met het geordende materiaal een verslag in het klad schrijven
  • een verslag uitschrijven in het net
  • opzet maken voor een verhaal met de 5 W's
  • op basis van die opzet een verhaal schrijven
  • details gebruiken in een beschrijving
Woordenschat
  • woorden met betrekking tot de natuur en tijd en mens en tijd.
  • woorden met betrekking tot boodschappen doen
  • woorden met betrekking tot de onderdelen van planten
  • woorden met betrekking tot verschillende soorten talenten
Tip: Bekijk de doelen en breng het spelenderwijs aan de orde, wanneer een situatie zich voordoet.

Spelling
Bij spelling
leren we de volgende categoriën aan:
  • spinnetje, in deze verkleinwooren gelden ook nog andere regels. Denk eraan.
  • zwembroek, deze woorden bestaan uit twee losse woorden. Let op elk woord apart, maar schrijf ze aan elkaar.
  • stripboek, deze woorden bestaan uit twee losse woorden. Let op elk woord apart, maar schrijf ze aan elkaar.
  • geit, je kunt niet horen met welke ei/ij of au/ou je een woord moet schrijven. Die woorden moet je onthouden.
  • golf/golven, als je een woord dat eindigt op een 'f' of 's' langer maakt, wordt de 'f' vaak een 'v', en de 's' een 'z'.
  • stam, ik-vorm van een werkwoord in de tegenwoordige tijd (t.t.)
Tip: Wanneer je extra wilt oefenen, is BLOON een goede manier om te oefenen.

Technisch lezen
Bij technisch lezen werken we aan de volgende doelen:
  • drielettergrepige woorden eindigend op open lettergrepen.
  • woorden met é.
  • woorden met ’s – of –‘s.
  • woorden met –x-.
  • woorden met –c-.
  • woorden met –cc-.
  • woorden met –y- en –ey.
  • woorden met –iaa- en –ioo-.
  • woorden met twee klinkers die samen geen tweeklank vormen.
  • woorden eindigend op isch.
  • woorden met g ( uitspraak zj)
  • woorden met ch (uitspraak sj)
  • woorden met eau (uitspraak oo)
  • samenstellingen met een klinkerreeks in het midden (zonder verbindingsstreepje)
  • meerlettergrepige woorden met ge-, en be- gevolgd door een klinker
  • meerlettergrepige woorden met –th- in het midden.
  • lange woorden met leesmoeilijkheden.
Tip: Het is goed thuis te oefenen met lezen. Thuis is het vooral belangrijk dat het boek aansluit bij de belevingswereld van het kind. 
 
Vertel maar
Op maandag 19 november vergadert de leerlingenraad.
Van 12 november 2018 t/m 19 april 2019 ontvangt de school...
In week 45 t/m 47 vindt het eerste schoolbrede project...